Draagmoederschap

Omschrijving van het probleem

Onder draagmoederschap verstaat men de situatie waarbij een vrouw (de draagmoeder) zwanger wordt en een kind baart ten behoeve van een andere vrouw, die daartoe zelf fysiek niet in staat is (de wensmoeder). Kenmerkend hierbij is het feit dat de draagmoeder a priori de intentie heeft het kind direct na de geboorte af te staan aan de wensouders.

Ideëel draagmoederschap, waarbij een vrouw zich om altruïstische motieven opwerpt als draagmoeder voor meestal een naaste verwante, dient onderscheiden te worden van commercieel draagmoederschap, waarbij door bemiddeling van een instantie of persoon een draagmoeder wordt aangeboden. Het op enigerlei wijze medewerking verlenen aan commercieel draagmoederschap is in ons land verboden.

Bij z.g. `laagtechnologisch' draagmoederschap wordt de draagmoeder geïnsemineerd met het semen van de wensvader: hierbij stelt de draagmoeder dus niet alleen haar baarmoeder ter beschikking, maar levert zij tevens de vrouwelijke genetische component (de eicel) van het te verwekken kind. Recent heeft de Minister van VWS op advies van de Commissie Herziening Plannings-besluit IVF van de Gezondheidsraad besloten om ook `hoog-technologisch' draagmoederschap, onder strikte voorwaarden, toe te staan. Hierbij wordt een embryo dat is ontstaan door in vitro fertilisatie van een eicel van de wensmoeder met het semen van de wensvader, ingebracht in de baarmoeder van de draagmoeder. De rationale van deze vorm van draagmoederschap wordt gevonden in het feit dat dit voor vrouwen zonder (functionerende) baarmoeder de enige mogelijkheid is om te komen tot genetisch eigen progenituur. Door de aard van de behandeling, waarbij een derde partij betrokken wordt bij de voortplanting van een individueel paar, is draagmoederschap per definitie controversieel, en werpt het vragen op van ethische, morele, juridische en psychologische aard. In deze richtlijn worden de indicaties voor `hoog-technologisch' draagmoederschap besproken en worden  zorgvuldigheidseisen geformuleerd waarmee de behandeling omgeven dient te worden. Uitgangspunt hierbij is dat draagmoederschap gezien wordt als `ultimum remedium' en derhalve uitsluitend in overweging genomen kan worden wanneer andere behandelmogelijkheden niet (meer) voorhanden zijn.


Analyse van de beschikbare kennis

Betrouwbare wetenschappelijke kennis omtrent de fysieke, psychologische en emotionele gevolgen van draagmoederschap voor zowel de draagmoeder, als de wensouders en het kind ontbreekt vrijwel volledig.

Aspecten van de besluitvorming

In de besluitvorming en de counseling verdienen de volgende aspecten aandacht.


Morele aspecten

Vanuit maatschappelijk oogpunt dient de vraag zich aan of het moreel aanvaardbaar is dat een zo indringend beroep gedaan wordt op en gebruik gemaakt wordt van de altruïstische attitude van de draagmoeder. Een vergelijking met de gangbare praktijk van orgaandonatie dringt zich hier op: het is heden ten dage volledig maatschappelijk geaccepteerd dat een donor bij leven bijvoorbeeld een nier ter beschikking stelt aan een naaste verwant met een ernstige, levensbedreigende nierziekte. Op deze wijze beschouwd is ook draagmoederschap niet bij voorbaat moreel verwerpelijk, zolang er sprake is van een (harde) medische indicatie en betrokken partijen in vrijheid de beslissing hiertoe genomen hebben.


Juridische aspecten

De niet onbelangrijke juridische obstakels van draagmoederschap verdienen in dit verband eveneens aandacht. Volgens geldend Nederlands recht is de vrouw uit wie het kind geboren is in afstammingsrechtelijke zin de moeder (volgens het adagium `mater semper certa est') en haar eventuele echtgenoot de wettelijke vader. Om het kind uiteindelijk het wettig kind van de wensouders te doen zijn, zal de normale adoptieprocedure gevolgd moeten worden. Dit betekent dat het kind door de wensouders daadwerkelijk moet worden verzorgd en opgevoed. Direct na de bevalling zal de draagmoeder een verzoek tot ontheffing uit de ouderlijke macht indienen bij de Raad voor de Kinderbescherming en het kind overdragen aan de wensouders. Hiervoor is echter toestemming vereist van de Raad voor de Kinderbescherming, terwijl melding aan de burgemeester en toezicht door de Raad voorzien zijn in de Pleegkinderenwet. Daarbij geldt dat in het geval van afstand door de moeder een termijn van drie maanden van verzorging `op neutraal terrein'  geldt voordat het kind wordt overgedragen aan de beoogde pleegouders. In het geval van draagmoederschap zijn er goede argumenten om te betogen dat het in het belang van het kind is om het terstond aan de zorg van de wensouders toe te vertrouwen. Overleg vooraf met de Raad voor de Kinderbescherming dient plaats te vinden.


Indicaties

Het indicatiegebied voor draagmoederschap is nog onvoldoende uitgekristalliseerd. Er zijn situaties waarin de indicatie evident is, zoals in het geval van congenitale afwezigheid van de uterus of na hysterectomie, bijvoorbeeld in verband met een maligne aandoening of na ernstige fluxus post partum. Lastiger wordt het wanneer het begrip `niet-functionerende uterus' wordt geïntroduceerd: een niet met succes behandeld syndroom van Asherman zal voor een ieder een acceptabele indicatie vormen, maar wat
te denken van patiënten met recidiverende abortus en/of partus immaturus bij een op zich normale uterus? Patiënten met langdurige (onbegrepen) infertiliteit, die ondanks behandeling niet zwanger zijn geworden zullen opteren voor draagmoederschap, met de gedachte dat wellicht de implantatie bij hen het belangrijkste probleem vormt. De kennis omtrent embryonale factoren en endometriumfactoren die te zamen de kans op een succesvolle implantatie bepalen, is echter zo fragmentarisch, dat het niet mogelijk is deze indicatie op haar juiste waarde te schatten. Daarnaast zijn er situaties waarin de zwangerschap per se een dermate groot risico oplevert voor de moeder, dat zwangerschap gecontra-indiceerd is. In deze gevallen is multidisciplinair overleg tussen de betrokken specialist(en) en de obstetricus noodzakelijk, om vast te stellen of er in het onderhavige geval werkelijk sprake is van een levensbedreigend risico, omdat alleen bij een absolute contraindicatie voor zwangerschap draagmoederschap in overweging genomen kan worden. Ook risico's voor het kind kunnen aanleiding zijn tot een verzoek om draagmoederschap: te denken valt aan ernstige vormen van rhesussensibilisatie. Ten slotte is er nog `surrogacy for convenience': deze situatie doet zich voor wanneer een vrouw niet zelf een zwangerschap wil doormaken, hetzij vanwege de fysieke ongemakken, dan wel om
carrièretechnische redenen, en daarom een beroep doet op een draagmoeder. In het licht van de bovenbeschreven problemen die verbonden zijn aan draagmoederschap, lijkt het moreel niet aanvaardbaar dat artsen hieraan hun medewerking verlenen.


Minimaal vereiste zorg

Indicaties
Totdat er meer gegevens bekend zijn over en ervaring is opgedaan met alle aspecten van draagmoederschap, dient er een harde medische indicatie voor de behandeling aanwezig te zijn. Als algemeen principe hierbij geldt dat draagmoederschap alleen in overweging genomen wordt wanneer er voor het krijgen van een eigen kind geen enkele andere optie (meer) voor handen is. Draagmoederschap met gameten van de wensouders is dan geïndiceerd in de volgende gevallen:

Het behandelteam
Naast de bij geassisteerde voortplanting noodzakelijke gynaecologische en embryologische expertise dient het behandelteam dat zich bezighoudt met draagmoederschap versterkt te worden met (een) vertegenwoordiger(s) van de gedragswetenschappen (psycholoog, psychiater, maatschappelijk werker, socioloog enz.). Gezien de bijzondere aard van de problematiek en het belang van het opdoen van ervaring met deze vorm van behandeling is een vaste consulent in dit verband gewenst. Indien de behandelend gynaecoloog van de wensouders tevens de (potentiële) draagmoeder begeleidt, kan (de schijn van) belangenverstrengeling ontstaan. Het verdient overweging om de behandeling van de draagmoeder van begin af aan (inclusief de fase van besluitvorming) te laten geschieden door een andere gynaecoloog van het team. Gezien de wettelijke aspecten van de behandeling moet tevens juridisch advies kunnen worden ingewonnen. Hiertoe dient verwezen te kunnen worden naar een interne of externe ter zake kundige juridisch adviseur. Hierbij moet niet alleen gedacht worden aan het opstellen van een `contract' tussen wensouders en draagmoeder, maar moet ook aandacht besteed worden aan de wenselijkheid van het afsluiten van een overlijdensrisico- en arbeidsongeschiktheidsverzekering voor de draagmoeder voor de duur van de behandeling en de daaruit resulterende zwangerschap.

Counseling
Alle partijen, zowel de wensouders als de draagmoeder en (indien aanwezig) haar partner, dienen tevoren zowel schriftelijk als mondeling te worden geïnformeerd over de kenmerken, nadelen en risico's van de behandeling. In deze voorlichting dient ten minste aandacht besteed te worden aan de aspecten die zijn genoemd in paragraaf 2 van deze richtlijn. De counseling, die wordt uitgevoerd door zowel een medisch als een gedrags-wetenschappelijk lid van het behandelteam zal deels met alle betrokkenen gezamenlijk kunnen worden gevoerd, maar deels ook separaat met wensouders enerzijds en draagmoeder en haar partner anderzijds gevoerd moeten worden. Wanneer er consensus bereikt is over het uitvoeren van de behandeling, leggen alle betrokkenen hun intenties vast in een `informed consent' die in dit geval kenmerken in zich draagt van een contractuele overeenkomst. Hierbij dient tevoren ook het maximaal aantal IVF-pogingen te worden vastgelegd. Bijzondere aandacht moet besteed worden aan het moment en de wijze waarop het kind na de partus wordt overgedragen aan de wensouders. Gezien de bijzondere aard van de behandeling, de morele implicaties ervan en de belangen van de betrokkenen en het toekomstige kind, staat het het behandelteam te allen tijde vrij om om hen moverende redenen niet in te gaan op een verzoek tot draagmoederschap.

Voorwaarden

Uitvoering van de behandeling
De gehele behandeling dient in een lokaal protocol te zijn vastgelegd. De IVF-procedure bij de wensmoeder wordt op de voor het centrum gebruikelijke wijze verricht. De hormonale substitutie en synchronisatie van de draagmoeder geschiedt op dezelfde wijze als gebruikelijk is bij eiceldonatie. Bij de wensmoeder moet aandacht besteed worden aan de mogelijkheid van verminderde ovariële reserve (bijvoorbeeld na uterusextirpatie) en aan technische problemen bij de follikelaspiratie (bijvoorbeeld na uterusextirpatie, bij het syndroom van Mayer-Rokitansky-Küster enz.). Bijzondere aandacht dient tevoren besteed te zijn aan het aantal terug te plaatsen embryo's. Gezien het feit dat de draagmoeder een bewezen fertiele vrouw is, zal een terughoudend embryotransferbeleid aangewezen zijn (transfer van maximaal twee embryo's), om het risico van meerlingzwangerschap voor de draagmoeder zoveel mogelijk te beperken. Aan de begeleiding van alle betrokkenen voorafgaande aan en tijdens de behandeling, en ook tijdens een eventuele zwangerschap en in de periode direct daarna, dient in  vergelijking met een reguliere IVF-behandeling meer aandacht besteed te worden door daartoe gekwalificeerde professionals. Verslaglegging van de behandeling vindt op de voor het betreffende centrum gebruikelijke wijze plaats, waarbij extra aandacht geschonken dient te worden aan de gewenste koppeling van gegevens van de wensouders aan die van de draagmoeder. Gezien de nog vele onbekende effecten van draagmoederschap op langere termijn, die dient het centrum zorg te dragen voor een langdurige follow-up van zowel het kind als van de wens- en de draagouders, waarbij aandacht besteedt wordt aan zowel lichamelijke als psychische en emotionele factoren.


Vuistregels