Prestatie-indicatoren
Prestatie-indicatoren zijn een nieuw fenomeen in de gezondheidszorg. Het zijn meetbare aspecten van de zorg die een aanwijzing geven over bijvoorbeeld de kwaliteit, de veiligheid, de doelmatigheid en de toegankelijkheid van de zorg.
Prestatie-indicatoren zijn tot stand gekomen op initiatief van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), de Vereniging Academische Ziekenhuizen (VAZ) en de Orde van Medisch Specialisten (OMS).
Wat zijn prestatie-indicatoren?
Als u naar het ziekenhuis moet, gaat u ervan uit dat u de beste zorg krijgt. De kwaliteit van deze zorg is echter moeilijk te vergelijken omdat hierbij meerdere factoren een rol spelen. De IGZ heeft ziekenhuizen gevraagd geleverde prestaties meer inzichtelijk te maken. Om dit te bewerkstelligen zijn landelijk meetpunten, indicatoren, vastgesteld door de IGZ, NVZ, VAZ en OMS.
De prestatie-indicatoren van het Nij Smellinghe Ziekenhuis zijn o.a. te vinden via www.nijsmellinghe.nl. Voor overige informatie over prestatie-indicatoren, kijk op www.prestatie-indicatoren.nl.
Prestatie-indicator in de verloskundige zorg: het aantal keizersneden
De Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) heeft in samenwerking met de IGZ een eerste meetpunt gekozen op het gebied van de gynaecologie en verloskunde: het aantal keizersneden.
Waarom de keizersnede als indicator?
Dat de keizersnede als indicator wordt gekozen heeft enkele redenen:
- Het percentage keizersneden wordt in Nederland al meerdere jaren voor alle verloskundige praktijken bijgehouden en geregistreerd. In elk Nederlands ziekenhuis wordt sinds 1983 het aantal keizersneden geregistreerd. Dit gebeurt centraal, via de Landelijke Verloskundige Registratie (LVR). Deze registraties kunnen met elkaar worden vergeleken door middel van de Verloskundige Onderlinge Kwaliteits Spiegeling (VOKS). Bij de VOKS wordt rekening gehouden met vijftien factoren die invloed kunnen uitoefenen op het percentage keizersneden. Er zijn namelijk omstandigheden die de kans op een keizersnede beïnvloeden zonder dat het iets zegt over de kwaliteit van de verloskundige zorg in een ziekenhuis. Een voorbeeld van zo'n factor is de gemiddelde leeftijd van de vrouwen die in het ziekenhuis komen bevallen. Een ziekenhuis waar meer vrouwen bevallen met een gemiddeld hogere leeftijd, heeft meestal ook een hoger percentage keizersneden. Het percentage keizersneden alleen geeft dus onvoldoende de kwaliteit van verloskundige zorg weer. Vanuit de VOKS kan vergeleken worden wat een ander ziekenhuis bij een vergelijkbare groep van patiënten zou hebben gedaan. De VOKS wordt uitgedrukt in een soort gemiddelden: percentielen (zie VOKS). De VOKS wordt al meerdere jaren gebruikt en lijkt een goede methode te zijn voor het inzichtelijk maken van dat onderdeel van de verloskundige zorg in een praktijk.
- Het aantal keizersneden neemt sterk toe terwijl de kwaliteit van verloskundige zorg gelijk blijft. Het percentage keizersneden is de laatste jaren sterk gestegen. Van alle bevallingen in Nederland was in 1980 4,5 procent een keizersnede, in 2002 13,5 procent. Vergeleken met het buitenland heeft Nederland altijd een relatief laag percentage keizersneden. In Engeland is 21,3 procent van alle bevallingen een keizersnede; dat is vergelijkbaar met Amerika. In Brazilië bestaat het hoogste percentage keizersneden: gemiddeld 47,7 procent, en in sommige klinieken zelfs 100 procent. De grootste stijging van het aantal keizersneden vindt plaats in de groep vrouwen die op voorhand weinig kans hebben op een keizersnede. De stijging van het aantal keizersneden heeft waarschijnlijk te maken met 1) de toegenomen vraag van de vrouw zelf om een keizersnede, 2) de toegenomen bereidheid van de artsen om een keizersnede uit te voeren, 3) het ontstaan van nieuwe redenen om een keizersnede uit te voeren, zoals bijvoorbeeld de toegenomen mogelijkheden voor een (veel) te vroeg geboren baby om te blijven leven of het toegenomen aantal keizersneden bij een stuitligging.
- Een keizersnede is een operatie en geeft meer kans op complicaties dan een gewone bevalling.
Wat is een optimaal percentage keizersneden?
Dat is moeilijk te bepalen, omdat er veel verschillen bestaan. In verschillende landen, in verschillende ziekenhuizen maar ook bij verschillende bevolkingsgroepen bestaan er verschillen in het percentage keizersneden zonder dat de kwaliteit van zorg anders hoeft te zijn. In 1985 heeft de Wereldgezondheidszorganisatie WHO voorgesteld om een gemiddelde van 10 tot 15 procent keizersneden aan te houden. In Nederland worden de VOKS-percentielen gehanteerd om het verloskundig beleid van verschillende klinieken met elkaar te kunnen vergelijken. Dit zijn een soort landelijke gemiddelden: als een kliniek langere tijd onder de 5e percentiel of boven de 95ste percentiel keizersneden uitvoert, dan wordt het eigen verloskundig handelen kritisch bekeken.
Een keizersnede is een relatief veilige manier om te bevallen, maar er zijn meer complicaties bij de moeder dan bij een natuurlijke bevalling. Er moet dan ook een goede reden voor de keizersnede zijn. In Nederland is het percentage keizersneden gemiddeld laag, maar de stijging van de laatste jaren verdient aandacht. De VOKS geeft een mogelijkheid om een vergelijking te maken tussen het aantal keizersneden in de verschillende ziekenhuizen. Daardoor kan het percentage keizersneden gebruikt worden als indicator (meetpunt) voor verschillen in de verloskundige zorg en ook om het verrichten van keizersneden kritisch te bewaken.
Voor wat betreft de verloskunde prestatie-indicatoren in Nij Smellinghe kunnen we het volgende melden:
- Wat is het totale aantal bevallingen onder leiding van een gynaecoloog (LVR-2), gedurende het verslagjaar 2004?
847
- Is er sprake van een perinatologisch centrum in uw ziekenhuis?
Nee
- Is de VOKS rapportage 2004 bekend?
Ja, namelijk:
VOKS-percentiel primaire sectio’s: 10
VOKS-percentiel secundaire sectio’s: 35
- Is de VOKS rapportage 2003 bekend?
Ja, namelijk:
VOKS-percentiel primaire sectio’s: 45
VOKS-percentiel secundaire sectio’s: 80
Toelichting
Het aantal operatieve kunstverlossingen vertoont een continu stijgende lijn, zonder dat dit aantoonbare winst oplevert voor de zwangeren of hun kinderen. Het percentage sectio’s is in Nederland de afgelopen twintig jaar gestegen van 7.9% in 1991 naar omstreeks 12% in 2001. De toename betreft vooral keizersneden bij niet-vorderende baringen bij gezonde vrouwen met een voldragen, gezond kind in schedelligging. Een keizersnede is een behandeling die net als elke operatie risico’s met zich mee brengt. Er moet worden voorkomen dat zwangeren en hun kinderen daar onnodig aan worden blootgesteld. De VOKS-percentiel keizersneden geeft aan wat de positie van de gynaecologen maatschap is in de landelijke percentiel verdeling. Het geeft aan het percentage praktijken dat bij de zelfde patiënten groep minder vaak of vaker een keizersnede zou hebben gedaan. De verwachting en de uitkomst worden berekend aan de hand van een aantal risicofactoren van de individuele patiënten uit de Landelijke Verloskundige Registratie tweede lijn (LVR-2). Daardoor is de indicator enigermate gecorrigeerd voor de kenmerken van de patiëntenpopulatie waarvoor de gynaecoloog de zorg heeft.
Voor wat betreft Nij Smellinghe: door het continue aanwezig zijn van 2e lijnsverloskundigen en veranderingen in het te voeren beleid in de obstetrie in 2004 is een aanmerkelijke verbetering opgetreden van de prestatie-indicatoren. Voor recente gedetailleerde informatie over de verloskundige zorg te Nij Smellinghe verwijzen wij naar het jaarverslag 2005.