Prestatie-indicatoren

Prestatie-indicatoren zijn een nieuw fenomeen in de gezondheidszorg. Het zijn meetbare aspecten van de zorg die een aanwijzing geven over bijvoorbeeld de kwaliteit, de veiligheid, de doelmatigheid en de toegankelijkheid van de zorg.

Prestatie-indicatoren zijn tot stand gekomen op initiatief van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), de Vereniging Academische Ziekenhuizen (VAZ) en de Orde van Medisch Specialisten (OMS).


Wat zijn prestatie-indicatoren?

Als u naar het ziekenhuis moet, gaat u ervan uit dat u de beste zorg krijgt. De kwaliteit van deze zorg is echter moeilijk te vergelijken omdat hierbij meerdere factoren een rol spelen. De IGZ heeft ziekenhuizen gevraagd geleverde prestaties meer inzichtelijk te maken. Om dit te bewerkstelligen zijn landelijk meetpunten, indicatoren, vastgesteld door de IGZ, NVZ, VAZ en OMS.

De prestatie-indicatoren van het Nij Smellinghe Ziekenhuis zijn o.a. te vinden via www.nijsmellinghe.nl. Voor overige informatie over prestatie-indicatoren, kijk op www.prestatie-indicatoren.nl.


Prestatie-indicator in de verloskundige zorg: het aantal keizersneden

De Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) heeft in samenwerking met de IGZ een eerste meetpunt gekozen op het gebied van de gynaecologie en verloskunde: het aantal keizersneden.


Waarom de keizersnede als indicator?

Dat de keizersnede als indicator wordt gekozen heeft enkele redenen:


Wat is een optimaal percentage keizersneden?

Dat is moeilijk te bepalen, omdat er veel verschillen bestaan. In verschillende landen, in verschillende ziekenhuizen maar ook bij verschillende bevolkingsgroepen bestaan er verschillen in het percentage keizersneden zonder dat de kwaliteit van zorg anders hoeft te zijn. In 1985 heeft de Wereldgezondheidszorganisatie WHO voorgesteld om een gemiddelde van 10 tot 15 procent keizersneden aan te houden. In Nederland worden de VOKS-percentielen gehanteerd om het verloskundig beleid van verschillende klinieken met elkaar te kunnen vergelijken. Dit zijn een soort landelijke gemiddelden: als een kliniek langere tijd onder de 5e percentiel of boven de 95ste percentiel keizersneden uitvoert, dan wordt het eigen verloskundig handelen kritisch bekeken.

Een keizersnede is een relatief veilige manier om te bevallen, maar er zijn meer complicaties bij de moeder dan bij een natuurlijke bevalling. Er moet dan ook een goede reden voor de keizersnede zijn. In Nederland is het percentage keizersneden gemiddeld laag, maar de stijging van de laatste jaren verdient aandacht. De VOKS geeft een mogelijkheid om een vergelijking te maken tussen het aantal keizersneden in de verschillende ziekenhuizen. Daardoor kan het percentage keizersneden gebruikt worden als indicator (meetpunt) voor verschillen in de verloskundige zorg en ook om het verrichten van keizersneden kritisch te bewaken.


Voor wat betreft de verloskunde prestatie-indicatoren in Nij Smellinghe kunnen we het volgende melden:

847 

 

Nee 

 

Ja, namelijk:

VOKS-percentiel primaire sectio’s: 10

VOKS-percentiel secundaire sectio’s: 35 

 

Ja, namelijk:

VOKS-percentiel primaire sectio’s: 45

VOKS-percentiel secundaire sectio’s: 80

 

Toelichting

Het aantal operatieve kunstverlossingen vertoont een continu stijgende lijn, zonder dat dit aantoonbare winst oplevert voor de zwangeren of hun kinderen. Het percentage sectio’s is in Nederland de afgelopen twintig jaar gestegen van 7.9% in 1991 naar omstreeks 12% in 2001. De toename betreft vooral keizersneden bij niet-vorderende baringen bij gezonde vrouwen met een voldragen, gezond kind in schedelligging. Een keizersnede is een behandeling die net als elke operatie risico’s met zich mee brengt. Er moet worden voorkomen dat zwangeren en hun kinderen daar onnodig aan worden blootgesteld. De VOKS-percentiel keizersneden geeft aan wat de positie van de gynaecologen maatschap is in de landelijke percentiel verdeling. Het geeft aan het percentage praktijken dat bij de zelfde patiënten groep minder vaak of vaker een keizersnede zou hebben gedaan. De verwachting en de uitkomst worden berekend aan de hand van een aantal risicofactoren van de individuele patiënten uit de Landelijke Verloskundige Registratie tweede lijn (LVR-2). Daardoor is de indicator enigermate gecorrigeerd voor de kenmerken van de patiëntenpopulatie waarvoor de gynaecoloog de zorg heeft.

Voor wat betreft Nij Smellinghe: door het continue aanwezig zijn van 2e lijnsverloskundigen en veranderingen in het te voeren beleid in de obstetrie in 2004 is een aanmerkelijke verbetering opgetreden van de prestatie-indicatoren. Voor recente gedetailleerde informatie over de verloskundige zorg te Nij Smellinghe verwijzen wij naar het jaarverslag 2005.